Piercings kiezen: materiaal en maat

Oorpiercings zijn in korte tijd uitgegroeid van een nichecategorie tot een vast onderdeel van het sieradenassortiment. Waar vroeger één gaatje in de oorlel de norm was, dragen veel mensen nu meerdere piercings in helix, tragus of conch, vaak gecombineerd tot een zogeheten curated ear. Voor wie piercings inkoopt, verkoopt of zelf kiest, draait het om twee vragen die minder zichtbaar zijn dan het design: van welk materiaal is het sieraad gemaakt en past de maat.

Waarom het materiaal zwaarder weegt dan bij oorbellen

Een oorbel in een genezen oorlel heeft weinig contact met gevoelig weefsel. Een piercing zit vaak in kraakbeen, geneest langzamer en staat in het begin in contact met een wondkanaal. Materialen die nikkel afgeven, kunnen dan irritatie veroorzaken. Nikkelallergie komt veel voor, en juist bij een verse piercing is het verstandig daar geen risico mee te nemen. Daarom geldt titanium in de piercingwereld als uitgangspunt.

Titanium volgens ASTM F-136

Niet elk titanium is gelijk. Voor lichaamssieraden wordt gekeken naar de norm ASTM F-136, ook aangeduid als G23 of implant-grade titanium. Dit is dezelfde legering die in medische implantaten wordt gebruikt. Het Eindhovense sieradenlabel Maeya Jewelry maakt de oorpiercings in de collectie van dit materiaal en omschrijft het als biocompatibel, hypoallergeen en geschikt voor zowel nieuwe als genezen piercings. Het assortiment loopt van een minimalistische piercing met één steentje tot klikringen en dangles met kristallen.

Staafdikte en staaflengte

De tweede vraag is de maat. De staafdikte van 1,2 mm is gangbaar voor de meeste oorpiercings. De lengte hangt af van de situatie. Een staaflengte van 6 mm is gebruikelijk voor een volledig genezen piercing. Bij een nieuwe piercing of bij zwelling wordt vaak 8 mm gekozen, zodat er ruimte is en de piercing niet knelt. Na de genezing kan dan een korter staafje worden geplaatst, waardoor de piercing strakker tegen het oor zit en minder snel blijft haken. Losse staafjes maken het mogelijk om te wisselen zonder een nieuw sieraad te kopen. Over de juiste lengte kan een professionele piercer het beste adviseren, omdat de vorm van het oor en de manier van zetten meetellen.

Intern schroefdraad

Een detail dat bij het kiezen vaak over het hoofd wordt gezien, is het schroefdraad. Bij intern schroefdraad is de staaf aan de buitenkant volledig glad en draait het bolletje of steentje met een klein schroefje in de staaf. Er schuurt dan niets door het kanaal bij het inbrengen. Professionele piercers geven hier de voorkeur aan, zeker bij nieuwe piercings. Extern schroefdraad, waarbij de draad aan de buitenkant van de staaf zit, is minder geschikt voor een vers gaatje.

Piercings en oorbellen combineren

In een samengesteld oor worden piercings meestal gecombineerd met oorbellen in de oorlel. Daar is de keuze voor materiaal vrijer, zolang het sieraad bestand is tegen dagelijks dragen. Roestvrij staal is dan een veelgebruikte optie. Een collectie oorbellen van roestvrij staal, van kleine studs en huggies tot oorringen in drie maten, staat op maeyajewelry.nl. Wie een oor opbouwt, begint doorgaans met kleine en platte modellen hoog in het oor en plaatst grotere ringen of hangers lager, zodat de sieraden elkaar niet raken.